In het kort
Brazilië verlaagde begin augustus 2026 de betrekkingen met Argentinië tot het niveau van zaakgelastigde, terwijl Washington vrijwel gelijktijdig het visum van de Braziliaanse ambassadeur introk. Twee breuken in één week, met dezelfde politieke kern: de Braziliaanse verkiezingen van oktober.
De Amerikaanse handelsdruk is geen losstaand economisch conflict. De opeenstapeling van heffingen tot 37,5 procent volgt op een openlijke koppeling tussen strafmaatregelen en de rechtsgang tegen de familie Bolsonaro.
Voor Europa is de timing ongemakkelijk. De Mercosur-landen hebben het handelsakkoord met de EU inmiddels alle vier geratificeerd, terwijl het Europees Parlement de eigen goedkeuring heeft geparkeerd bij het Hof van Justitie.
Regio Update Latijns-Amerika | In de eerste week van augustus 2026 verloor Brazilië binnen enkele dagen zijn twee belangrijkste diplomatieke ankers. Op 4 augustus trok Washington het visum in van de Braziliaanse ambassadeur in de Verenigde Staten. Een dag later maakte Brasília bekend dat het de betrekkingen met Argentinië terugbrengt tot het niveau van zaakgelastigde. De ambassadeur in Buenos Aires, eind juli al teruggeroepen, keert niet terug naar zijn post. Tussen de twee grootste economieën van Zuid-Amerika is daarmee voor het eerst in decennia geen ambassadeur meer geaccrediteerd.
Dat is opmerkelijk, want beide breuken gaan formeel over woorden. De directe aanleiding voor de Argentijnse breuk was het optreden van Javier Milei op 25 juli bij de conventie waar Flávio Bolsonaro, zoon van Jair Bolsonaro, werd voorgedragen als presidentskandidaat. Milei noemde Lula daar en in de dagen erna herhaaldelijk een dief en een veroordeelde. Brasília ontbood de Argentijnse ambassadeur en overhandigde hem een protestnota. Minister Vieira motiveerde de afwaardering volgens Poder360 met “de herhaalde daden, beledigingen en agressie tegen Brazilië, de instellingen van de Braziliaanse regering, de uitvoerende macht, het staatshoofd, en ook de rechterlijke macht”. Handel en consulaire dienstverlening blijven overeind. Wat wegvalt is het politieke overleg op het hoogste niveau.
Wordt Brazilië door de druk uit de VS en Argentinië teruggedrongen tot regionale isolatie?
De aanloop
Om de huidige situatie te begrijpen moeten we terug naar de snelheid waarmee het politieke landschap van de regio is gekanteld. Nog geen twee jaar geleden vormden Brazilië, Colombia, Mexico, Chili en Bolivia samen een linkse meerderheid in Latijns-Amerika. Van dat roze tij of volgens sommigen tweede roze tij is weinig over. Bolivia koos eind 2025 een president die een einde maakte aan bijna twee decennia socialistisch bestuur. Chili koos in december met ruime meerderheid voor (extreem)rechts. In Peru trad Keiko Fujimori, dochter van de autoritaire en door en door corrupte Alberto Fujimori aan. En op 7 augustus 2026 is in Colombia Abelardo de la Espriella beëdigd, die het rijtje nieuwe Trump-aanhangers afmaakt.
Lula en zijn Uruguayaanse ambtgenoot zijn daarmee de laatste linkse regeringsleiders van betekenis in Zuid-Amerika. Mexico houdt stand, maar staat onder eigen Amerikaanse druk. Wat begon als een golf van linkse verkiezingsoverwinningen is binnen één cyclus omgeslagen in een reeks regeringen die zich nadrukkelijk op Washington oriënteert. Zie voor verdere analyse het stuk van Giulia Semeghini: Voorbij de links-rechts-schommel.
Die heroriëntatie kreeg begin dit jaar een vorm. Op 7 maart ontving Trump twaalf Latijns-Amerikaanse staatshoofden en regeringsleiders op zijn eigen resort bij Miami voor de zogeheten Shield of the Americas-top. Brazilië, Mexico en Colombia (toen nog onder Petro) werden niet uitgenodigd. De top ging officieel over drugskartels, migratie en buitenlandse inmenging, waarbij vooral de Chinese aanwezigheid in de regio werd aangevallen. Feitelijk werd er een scheidslijn getrokken tussen wie erbij hoort en wie niet.
De kalender is relevant
Tegen die achtergrond krijgen de gebeurtenissen van deze week hun betekenis. De Braziliaanse verkiezingen vinden plaats op 4 oktober, met een eventuele tweede ronde op 25 oktober. Lula, inmiddels tachtig, gaat voor een vierde termijn. Tegenover hem staat senator Flávio Bolsonaro. Datafolha gaf Lula in juni nog 41 tegen 31 procent in de eerste ronde en 47 tegen 43 in een tweede ronde. Een peiling van AtlasIntel begin juli kwam uit op 48,8 tegen 42,3. Begin augustus meldde Bloomberg dat de voorsprong verder was geslonken. De uitslag ligt dus nog open.
Precies in die periode stapelt Washington de handelsmaatregelen op. In juli 2025 dreigde Trump met een heffing van vijftig procent, destijds openlijk gekoppeld aan de vervolging van Jair Bolsonaro. Het Amerikaanse Hooggerechtshof haalde in februari 2026 de juridische basis onder dat besluit weg. De reactie was een route langs andere wegen. Sinds 22 juli 2026 geldt een heffing van 25 procent op het merendeel van de Braziliaanse invoer, met uitzonderingen voor onder meer koffie, rundvlees, sinaasappelsap en enkele lucht- en ruimtevaartonderdelen. Daarbovenop legde de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger via een onderzoek naar dwangarbeid nog eens 12,5 procent op, waarmee het gestapelde tarief uitkomt op 37,5 procent. Dat maakt de maatregel bovendien moeilijker aan te vechten, omdat elk onderdeel afzonderlijk moet worden bestreden. Het treft een exportstroom van ongeveer veertig miljard dollar per jaar. Het Peterson Institute concludeerde al dat de dwangarbeidzaak tegen Brazilië niet over dwangarbeid gaat.
Daarnaast loopt een reeks kleinere confrontaties. Washington plaatste de twee grootste Braziliaanse criminele organisaties op de lijst van buitenlandse terroristische organisaties, een stap waar Lula zich tegen verzet omdat zij de juridische deur opent naar Amerikaans optreden op Braziliaans grondgebied. Brazilië weigerde op zijn beurt visa aan twee Amerikaanse functionarissen die naar eigen zeggen kwamen praten over verkiezingsintegriteit. In 2025 sanctioneerde Washington al rechters van het Braziliaanse hooggerechtshof, met het argument dat het optreden tegen Bolsonaro vrije en eerlijke verkiezingen in 2026 onmogelijk maakte.
Hoe direct is de Amerikaanse hand?
Dat Washington de rechtse kandidaat verkiest is duidelijk. Maar de uitslagen in Bolivia, Chili, Peru en Colombia laten zich grotendeels verklaren door inflatie, gevoelens van onveiligheid, uitputting van zittende regeringen en teleurstellende beleidsresultaten. Peilingen laten zien dat vertrouwen in de democratie en instituties in veel landen op een erg laag punt ligt. De opkomst van het populisme in de regio, weliswaar om verschillende redenen per land, kan dus niet en zeker niet overal als gevolg van (in)directe inmenging door de Verenigde Staten gezien worden.
Wel is er een herkenbaar patroon. Pedro Telles, verbonden aan de Braziliaanse denktank Democracy Hub , bracht voor het Washington Brazil Office in kaart welke middelen de Amerikaanse regering en haar bondgenoten inzetten rond verkiezingen elders. Het gaat om openlijke steunbetuigingen aan bevriende kandidaten, financiële steun die aan een verkiezingsuitslag wordt gekoppeld, sancties tegen tegenstanders en impliciete dreiging met militair optreden. Het Argentijnse precedent is daarbij het meest concrete toen in 2025 Amerikaanse steun aan de peso uitdrukkelijk werd verbonden aan het resultaat van Milei bij de tussentijdse verkiezingen.
De vraag is dus wat er gebeurt wanneer Amerikaanse voorkeuren, regionale bondgenoten en de Braziliaanse oppositie elkaar gaan versterken, en de kosten van een Lula-overwinning vooraf zichtbaar worden gemaakt. De Atlantic Council constateerde eerder dit jaar dat de heffingen Lula binnenlands eerder helpen dan schaden qua populariteit, omdat hij zich zo kan opwerpen als verdediger van de Braziliaanse soevereiniteit. Uit Amerikaans opinieonderzoek van dit jaar blijkt dat het aanzien van de Verenigde Staten in verschillende Latijns-Amerikaanse landen scherp is gedaald. Duidelijk is dat de polarisatie alleen maar toeneemt en ook deze Braziliaanse verkiezingen een ‘telenovela’-achtig dramaspektakel kunnen worden.
De Braziliaanse reactie: uitwijken of terugslaan?
De reactie van de Braziliaanse overheid laat zich het best omschrijven als uitwijken. Brazilië zoekt geen directe confrontatie met de VS, zoals eigenlijk geen enkel land dat zich kan veroorloven, maar verkleint stelselmatig het gewicht van de Amerikaanse markt in de eigen economie. De juridische route loopt formeel via de Wereldhandelsorganisatie en via de nieuwe reciprociteitswet, die vastlegt onder welke voorwaarden Brazilië handelsconcessies mag opschorten tegenover landen die eenzijdig optreden. De economische route loopt via spreiding. Brazilië rondde in februari zijn ratificatie van het akkoord met de EU af en Lula bekrachtigde het eind april per decreet. Met Xi Jinping sprak hij af de onderhandelingen tussen Mercosur en China te versnellen, met afspraken over kritieke grondstoffen, kunstmest, satellieten en technologie. Met India kwam er samenwerking rond zeldzame aardmetalen. De BRICS dienen daarbij minder als anti-westers blok dan als achterdeur. Het is een manier om beleidsruimte en financiering te behouden wanneer de westerse kanalen ontoegankelijk worden. Dat is middenmachtpolitiek, een begrip dat onze analist Michel Michaloliákos heeft uitgewerkt (zie ook: GeopolitiekNu): het vergroten van het aantal partners om de kosten van elke afzonderlijke breuk ofwel afhankelijkheden te verlagen. Wat het moeilijker maakt voor alle middenmachten is tijd. Spreiding werkt op de termijn van jaren, terwijl de heffingen nu impact hebben en de verkiezingen over twee maanden plaatsvinden.
Maar de Braziliaanse reactie is niet eenduidig. Trump stapelde een heffing van 37,5 procent, sanctioneerde rechters van het hooggerechtshof en trok het visum van de Braziliaanse ambassadeur in. Het antwoord bleef juridisch en economisch. Milei leverde woorden, en het antwoord was een institutionele breuk. De verhouding tussen schade en reactie is daarmee omgekeerd. Deels is dat eenvoudig realisme, want een middenmacht kan een buurland straffen en een grootmacht niet. Deels is dat te verdedigen. Milei voerde op Braziliaans grondgebied campagne voor de tegenkandidaat, en een harde reactie stelt Lula in staat de oppositie te presenteren als van buitenaf gesteund. Daarmee doet Brazilië op kleinere schaal wat het de VS verwijt: het diplomatieke instrument inzetten met het oog op een binnenlandse verkiezing. Dat is een probleem omdat het Mercosur verdeelt op het moment dat Brazilië dat blok het hardst nodig heeft, en het ondermijnt precies het argument waarmee Lula in Europa steun zoekt.
Daar zit de kern van het probleem. Een middenmacht ontleent haar gewicht gedeeltelijk aan de eigen omvang, maar ook aan de regionale machtspositie en steun. Brazilië heeft de omvang behouden en de rugdekking verloren. Mercosur, jarenlang het instrument waarmee Brazilië zijn regionale rol vastlegde, functioneert nu als een blok waarvan de twee grootste leden geen ambassadeurs uitwisselen. Toch verdient de tegenwerping hier meteen aandacht, want Mercosur was al lang voor deze zomer een moeizaam blok, met een slepend conflict over het gemeenschappelijk buitentarief en leden die geregeld hun eigen weg zoeken. En juist dat blok presteerde begin dit jaar iets wat in zesentwintig jaar onderhandelen niet was gelukt: alle lidstaten ratificeerden het akkoord. De regering-Milei werkte daar gewoon aan mee.
Mercosur kan nog ratificeren, maar moeilijker representeren vanwege de politieke verdeeldheid. En dat is belangrijk nu de voorlopige toepassing van het interim-deel plus de bij het Hof geparkeerde instemming van het Europees Parlement op het spel staat. Uruguay waarschuwde openlijk dat de oplopende spanning het blok niet helpt, juist nu de handelsrelatie met Europa vorm moet krijgen. Dat is een ongemakkelijke les over de multipolaire orde. Meer machtscentra leveren een middenmacht meer op als zij met een regio achter zich aan tafel komt. Brazilië kan nog altijd bij China, India en de EU terecht, maar niet langer als duidelijke leider van een blok. De deuren staan open, alleen weegt wat Brazilië er binnenbrengt minder zwaar.
Handelingsperspectieven voor Nederland en de EU
1. Versnel de goedkeuring van het akkoord met Mercosur nu het nog kan. Het akkoord bestaat uit twee delen. Het interim-handelsakkoord valt onder exclusieve Europese bevoegdheid en wordt sinds 1 mei 2026 voorlopig toegepast, nadat de Raad ermee instemde ondanks bezwaren van Frankrijk, Polen, Ierland, Oostenrijk en Hongarije en een onthouding van België. De bredere partnerschapsovereenkomst is gemengd van aard en moet door alle zevenentwintig lidstaten worden geratificeerd. Aan Zuid-Amerikaanse zijde is dat werk af: Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay rondden de ratificatie in de eerste paar maanden van 2026 af. Aan Europese zijde is het proces juist stilgelegd. Het Europees Parlement vroeg op 21 januari 2026 het Hof van Justitie om een advies over de verenigbaarheid met de verdragen, waarmee de eigen goedkeuringsprocedure zestien tot achttien maanden is opgeschort. Definitieve inwerkingtreding schuift daarmee door tot ver in 2027. De voorlopige toepassing kan worden beëindigd, en de Braziliaanse regering die dit akkoord politiek heeft gedragen zit er over twee maanden mogelijk niet meer. Voor de Nederlandse regering, die instemde, en voor de nipte Kamermeerderheid die het akkoord steunt, betekent dat een concrete opdracht: gebruik de resterende maanden om de parlementaire behandeling voor te bereiden in plaats van te wachten op het Hof, en dring er in de Raad op aan dat de Commissie de uitvoering van het interim-deel zichtbaar op gang brengt. Wie het akkoord wil, moet begrijpen dat uitstel een politiek risico is.
2. Verdedig de rechtsorde met de instrumenten die er al zijn, niet met verklaringen. Sancties tegen rechters van een hooggerechtshof vanwege hun uitspraken, en heffingen die openlijk aan een lopende strafzaak zijn gekoppeld, vormen een precedent dat zich niet tot Brazilië beperkt. Europa heeft daar meer tegen in te brengen dan zorgelijke woorden. Ten eerste kan de EU de Braziliaanse zaak bij de Wereldhandelsorganisatie actief ondersteunen en daarbij de beroepsvoorziening inzetten die Europa zelf heeft opgezet om de verlamming van het beroepsorgaan te omzeilen. Brazilië en Nederland zijn daar allebei bij aangesloten, dus een bindende uitspraak is juridisch haalbaar. Dat verdedigt niet Lula, maar het handelsstelsel. Ten tweede kan de Raad in eigen naam vaststellen dat het sanctioneren van rechters wegens hun rechtspraak onverenigbaar is met de rechtsstaat, zoals eerder gebeurde toen Amerikaanse sancties tegen rechters van het Internationaal Strafhof werden opgelegd. Immers, een norm die alleen geldt wanneer Europese belangen worden geraakt, is geen norm.
3. Bereid je voor op beide uitkomsten van 25 oktober. Bij een overwinning van Flávio Bolsonaro zal Brazilië zich sneller richting Washington bewegen en komen Europese prioriteiten rond ontbossing, klimaat en mensenrechten onder druk te staan. Bij een overwinning van Lula is de kans reëel dat de Amerikaanse regering het resultaat betwist of eenvoudigweg negeert. In dat geval wordt de Europese houding tegenover de legitimiteit van de Braziliaanse uitslag zelf een geopolitieke keuze. Het is beter die positie nu te doordenken dan in de week erna.



